ECLI:NL:RVS:2020:458
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 16 augustus 2019 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 oktober 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in, dat echter ongegrond werd verklaard. De Raad van State overwoog dat de rechtsvragen die door de staatssecretaris werden gesteld reeds in een eerdere uitspraak waren beantwoord, waarbij de gelijkstelling van Eritrese vreemdelingen en de systematiek van artikel 45 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 aan de orde kwamen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 13 februari 2020.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.