ECLI:NL:RVS:2020:457
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 26 augustus 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 november 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep heeft de vreemdeling echter niet toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor de Afdeling geen inhoudelijk oordeel kon geven.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 13 februari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke motivering.