ECLI:NL:RVS:2020:432
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat huursituatie gehele woning geen toeslagpartnerschap veroorzaakt
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot zorgtoeslag van wederpartij over 2017 op nihil en het voorschot kindgebonden budget op €1.910,00, omdat zij persoon als toeslagpartner aanmerkte vanwege inschrijving op hetzelfde adres. Wederpartij had echter een gebruikersovereenkomst met persoon voor het gebruik van de woning op zakelijke gronden en een huisbewaarderschapsovereenkomst met Dudok Wonen.
De rechtbank oordeelde dat de situatie viel onder de uitzondering van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Awir, omdat sprake was van een zakelijke huursituatie. De Belastingdienst ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat de uitzondering alleen geldt bij huur van een gedeelte van de woning en niet de gehele woning.
De Afdeling overwoog dat de wetgever inderdaad een uitzondering heeft gemaakt voor (onder)huur van een gedeelte van de woning, maar dat de situatie van wederpartij gelijkgesteld kan worden met onderhuur. Wederpartij had voldoende bewijs geleverd van zakelijke huur en feitelijk verblijf zonder gezamenlijke huishouding. Daarom bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.