ECLI:NL:RVS:2020:397

Raad van State

Datum uitspraak
7 februari 2020
Publicatiedatum
7 februari 2020
Zaaknummer
202000466/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 85 Vw 2000Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk in zaak vreemdelingenbewaring

De vreemdeling is bij besluit van 4 januari 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 16 januari 2020 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf de vreemdeling echter geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zonder een gemotiveerd bezwaar geen inhoudelijk oordeel kan worden gegeven over het hoger beroep. Daarom verklaarde zij het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke motivering.

Uitspraak

202000466/1/V3.
Datum uitspraak: 7 februari 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 16 januari 2020 in zaak nr. NL20.284 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 4 januari 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 16 januari 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G. Kloosterziel, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.    Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Steendijk    w.g. Van Meurs-Heuvel
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2020
47-945.