ECLI:NL:RVS:2020:327
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling is op 8 november 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld na een tweede asielaanvraag die niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank had de bewaring onrechtmatig geoordeeld en de bewaring opgeheven met schadevergoeding aan de vreemdeling toegekend.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de beroepsgrond van de vreemdeling heeft betrokken bij de beoordeling van de bewaring, omdat de uitzondering op de hoofdregel van toepassing was dat de rechtsmiddelentermijn niet mag worden afgewacht.
Verder stelde de Afdeling vast dat de vreemdeling op het moment van bewaring geen rechtmatig verblijf had, waardoor de bewaring op een juiste wettelijke grondslag was gebaseerd. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 30 januari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.