ECLI:NL:RVS:2020:3148
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 1 september 2020 de aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 december 2020 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 31 december 2020 besloten dat de vreemdelingen niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de belangenafweging waarbij het risico van onherstelbare schade voor de vreemdelingen werd meegewogen. De uitspraak waarborgt dat de vreemdelingen tijdens de procedure beschermd zijn tegen uitzetting en recht hebben op opvang en verstrekkingen.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.