ECLI:NL:RVS:2020:3136
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing hoger beroep
De vreemdeling had bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 3 november 2019 werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 juni 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om het treffen van een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij uitspraak van 28 december 2020 op het hoger beroep beslist, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet meer in behandeling kon worden genomen. De voorzieningenrechter verklaarde daarom het verzoek niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak werd op 31 december 2020 openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.J. van Eck, in aanwezigheid van griffier I.W.M.J. Bossmann. De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure binnen het vreemdelingenrecht, waarbij de voorlopige voorziening niet meer relevant was na het definitieve oordeel op het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat de Afdeling bestuursrechtspraak reeds op het hoger beroep heeft beslist.