ECLI:NL:RVS:2020:3134
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk bij niet-behandeling asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 4 mei 2020 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat op 18 november 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling kon worden genomen omdat het verzoek op dezelfde dag werd ingediend als het hoger beroep werd beslist. Hierdoor werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D.A. Verburg, in aanwezigheid van griffier J. Verbeek, en uitgesproken in het openbaar op 30 december 2020.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard.