ECLI:NL:RVS:2020:312
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens onvoldoende belangenafweging kwetsbare minderjarige
De staatssecretaris verklaarde de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij reeds een geldige verblijfsvergunning asiel in Griekenland had. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling, een alleenstaande vader met psychische problemen, stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de belangen van zijn minderjarige zoon, die eveneens ernstige psychische problemen heeft en voortdurende zorg nodig heeft.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de vreemdeling en zijn zoon bijzonder kwetsbaar zijn, zoals bedoeld in eerdere jurisprudentie. De staatssecretaris moet daarom nader motiveren waarom terugkeer naar Griekenland niet leidt tot een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie voor hen.
De grieven die niet tot vernietiging leidden, betroffen geen wezenlijke rechtsvragen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt vernietigd vanwege onvoldoende belangenafweging van de kwetsbare minderjarige.