ECLI:NL:RVS:2020:3118
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens ernstige strafbare feiten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 mei 2017 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, welke door de rechtbank grotendeels ongegrond werden verklaard. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de ernst van de strafbare feiten, waaronder mishandeling, bedreiging, woninginbraken en handel in harddrugs, voldoende was gemotiveerd door de staatssecretaris. De vreemdeling had meerdere veroordelingen en was opgenomen in de Top 600 van veelplegers. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en verzoek tot heropening van het onderzoek werden afgewezen omdat de staatssecretaris aannemelijk had gemaakt dat er relevante verschillen waren met andere zaken.
De Afdeling concludeerde dat de grieven van de vreemdeling niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leiden en bevestigde het bestreden vonnis. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod worden bevestigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.