ECLI:NL:RVS:2020:3058
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid beroepen tegen uitblijven besluit asielaanvragen
De vreemdelingen hadden bij de rechtbank beroepen ingesteld tegen het uitblijven van besluiten op hun aanvragen om een verblijfsvergunning asiel te verkrijgen. De rechtbank had deze beroepen gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen acht weken alsnog besluiten te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris de beslistermijn rechtmatig met zes maanden had verlengd op grond van het beleidsbesluit WBV 2020/12, aangezien de termijn op 20 mei 2020 nog niet was verstreken voor de aanvragen van de vreemdelingen.
Daarom had de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk moeten verklaren. Vervolgens heeft de staatssecretaris de aanvragen alsnog ingewilligd, waarna de vreemdelingen geen beroepsgronden meer hadden. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen het uitblijven van besluiten worden niet-ontvankelijk verklaard.