ECLI:NL:RVS:2020:3021
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen voor illegale bewoning en bouwovertreding
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer tot invordering van verbeurde dwangsommen ter hoogte van € 10.001,-. Appellant werd eigenaar van een perceel met een kassencomplex dat illegaal werd bewoond en zonder vergunning was verbouwd tot woning. Het college legde op 11 januari 2018 een last onder dwangsom op om de illegale bewoning en bouwovertreding te beëindigen.
Appellant heeft niet voldaan aan deze lasten, waardoor de dwangsommen van rechtswege zijn verbeurd. Het college besloot tot invordering, waarbij het bedrag voor de gebruiksovertreding werd beperkt tot € 1,- uit coulance, maar de dwangsom voor de bouwovertreding volledig werd ingevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant onvoldoende actie had ondernomen om de bouwovertreding ongedaan te maken.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was tot invordering van de volledige dwangsom voor de bouwovertreding en dat de coulance bij de gebruiksovertreding niet verplicht was voor de bouwovertreding. De rechtbank heeft de zaak terecht beoordeeld en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de volledige dwangsom wordt bevestigd.