ECLI:NL:RVS:2020:3004
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling in stikstofvergunningen Friesland
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende in 2017 vergunningen aan 23 agrarische bedrijven voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken in Natura 2000-gebieden, onder toepassing van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). MOB en Leefmilieu maakten bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de vergunningen, waarbij het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal €47.104,00.
Het college stelde in hoger beroep dat de proceskostenveroordeling onterecht was, omdat de herroeping niet aan hem te wijten was en dat de rechtbank ten onrechte de zaken niet als samenhangend had aangemerkt, waardoor de kostenveroordeling onevenredig hoog uitviel. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de primaire besluiten onrechtmatig waren vanwege strijd met de Habitatrichtlijn en dat de rechtbank terecht het college aansprak voor de kosten.
Verder stelde de Afdeling vast dat de 23 zaken gelijktijdig en door dezelfde gemachtigde met nagenoeg identieke bezwaren en beroepsgronden waren behandeld, waardoor zij als samenhangende zaken moesten worden beschouwd. Dit leidde tot een matiging van de proceskostenvergoeding tot €3.543,75. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het de proceskosten betreft, en het college veroordeeld tot de aangepaste kostenvergoeding.
Uitkomst: De proceskostenvergoeding wordt gematigd tot €3.543,75 wegens samenhangende behandeling van de 23 zaken.