ECLI:NL:RVS:2020:3

Raad van State

Datum uitspraak
2 januari 2020
Publicatiedatum
2 januari 2020
Zaaknummer
201909162/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en schadevergoeding

Bij besluit van 28 november 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 december 2019 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De grief betrof onder meer de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin deze kwesties reeds zijn behandeld en verwierp de grief.

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 2 januari 2020.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

201909162/1/V3.
Datum uitspraak: 2 januari 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 december 2019 in zaak nr. NL19.29064 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 13 december 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.M. Seth Paul, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.    De in de grief opgeworpen rechtsvragen over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank heeft de Afdeling bij uitspraken van 20 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4375, en 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3410, beantwoord. Die overwegingen zijn hier ook van toepassing. Hieruit vloeit voort dat de grief faalt.
2.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Van Meurs-Heuvel
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2020
243-873.