ECLI:NL:RVS:2020:2946
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen verblijfsvergunning wegens niet-betaling leges
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het oog op het uitoefenen van familie- of gezinsleven met haar minderjarige dochter. De staatssecretaris stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat de vreemdeling de leges niet had betaald en geen vrijstelling was verleend.
De vreemdeling voerde aan dat zij niet in staat was de leges te betalen vanwege haar medische toestand, gebrek aan inkomen en sociale netwerk, en dat de staatssecretaris haar bijzondere omstandigheden onvoldoende had meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris had moeten afwijken van het beleid vanwege bijzondere omstandigheden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en verklaarde het bezwaar gegrond. De staatssecretaris werd opgedragen opnieuw op de aanvraag te beslissen en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag verblijfsvergunning buiten behandeling te stellen wegens niet-betaling van leges wordt vernietigd en de staatssecretaris moet opnieuw beslissen.