ECLI:NL:RVS:2020:2917
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod na mishandeling en bedreiging in woning Vierpolders
Op 29 oktober 2019 ontving de politie een melding van mishandeling op het metrostation Spijkenisse Centrum. Ter plaatse trof de politie appellant en een vrouw aan; getuigen zagen dat appellant de vrouw had geslagen. De vrouw verklaarde dat appellant haar had bedreigd met de dood en dat zij sinds twee maanden samenwonen. Zij gaf aan dat appellant jaloers was en haar meerdere malen had mishandeld, wat leidde tot een huisverbod opgelegd door de burgemeester.
Appellant stelde dat het huisverbod onterecht was, onvoldoende gemotiveerd en dat het geweldsincident niet ernstig genoeg was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het huisverbod noodzakelijk was ter bescherming van de vrouw. Appellant stelde in hoger beroep dat nieuwe feiten en hulpverlening het huisverbod overbodig maakten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd op basis van het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld (RiHG) en dat de burgemeester zorgvuldig en redelijk had gehandeld. Nieuwe feiten na de uitspraak van de rechtbank konden niet worden meegewogen. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd omdat er een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de partner bestond.