ECLI:NL:RVS:2020:28
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing extra uren rechtsbijstand in strafzaak zonder bijzondere rechtsvragen
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van de raad voor rechtsbijstand om een aanvraag voor extra uren rechtsbijstand ten behoeve van een belanghebbende af te wijzen. De raad baseerde zich op het advies van de Commissie voor Bezwaar dat de zaak geen bijzondere rechtsvragen of omvangrijk juridisch relevant feitencomplex bevatte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk. Appellant voerde aan dat de strafzaak vanwege de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling en het ontbreken van medewerking aan een Pieter Baan Centrum onderzoek bijzonder was en meer tijd vergde dan gemiddeld.
De Afdeling overwoog dat het forfaitaire stelsel van rechtsbijstandvergoeding ruimte biedt voor beoordelingsvrijheid van de raad en dat de omstandigheden van de strafzaak niet leiden tot het oordeel dat sprake is van bijzondere juridische of feitelijke complexiteit. Ook het aantal bestede uren en regiezittingen rechtvaardigen geen afwijking van het forfaitaire stelsel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor extra uren rechtsbijstand bevestigd.