ECLI:NL:RVS:2020:2713
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
Bij besluiten van 31 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van drie vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 oktober 2020 deze beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de procedure overlegden zij een nieuw stuk dat aantoont dat zij niet zullen worden toegelaten tot Zuid-Afrika, maar dit stuk kon niet worden betrokken bij de beoordeling omdat het na de uitspraak van de rechtbank dateerde.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.