ECLI:NL:RVS:2020:2677
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijk besluit tot verwijdering zonder omgevingsvergunning gebouwde bouwwerken
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo heeft op 6 juni 2019 aan appellante onder dreiging van dwangsommen bevolen twee bouwwerken zonder omgevingsvergunning te verwijderen en verwijderd te houden. Appellante en haar partner hadden op het perceel een woning gebouwd en waren begonnen met twee andere bouwwerken zonder vergunning. Na een bouwstop en een ongegrond verklaard bezwaar, stelde appellante hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde.
Appellante voerde aan dat een gemeenteambtenaar telefonisch had toegezegd dat de bouwwerken vergunningvrij konden worden gebouwd, waardoor zij mocht vertrouwen op die toezegging (vertrouwensbeginsel). De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het telefoongesprek had plaatsgevonden en dat de ambtenaar een dergelijke toezegging had gedaan. De verklaringen van belanghebbende B werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld, mede vanwege diens eigen belang, en het college ontkende het telefoongesprek. De aangeleverde telefoongegevens bevestigden het gesprek niet.
De Raad van State concludeerde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt en bevestigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer en uitgesproken op 11 november 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verwijderingsbesluit bevestigd.