ECLI:NL:RVS:2020:2654
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning
Bij besluit van 27 mei 2019 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar op 16 december 2019, verklaarde de rechtbank Den Haag op 21 september 2020 het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdelingen gaven een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en gelet op de belangen van beide partijen, werd de voorlopige voorziening getroffen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de staatssecretaris geen nieuw besluit op het bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.