ECLI:NL:RVS:2020:2625
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning biologische varkenshouderij ondanks geurhinder en milieubezwaren
Het college van burgemeester en wethouders van Borne verleende op 24 januari 2018 een omgevingsvergunning voor het biologisch houden van 500 varkens op een perceel te Zenderen. Appellant, eigenaar van een nabijgelegen perceel met een paardenhouderij en bedrijfswoning, vreesde onaanvaardbare stankhinder en stelde dat de vergunning onterecht was verleend zonder een milieueffectrapport.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat de woning van appellant als onderdeel van het agrarisch bedrijf van vergunninghouder wordt beschouwd, waardoor de geurnormen anders worden toegepast. Verder is vastgesteld dat de geuremissie binnen de toegestane grenzen blijft en dat de afstand tussen stal en woning voldoet aan de wettelijke eisen.
Appellant voerde aan dat de vergunningaanvraag onvolledig was en dat voor de aangebrachte openingen in de stal een aparte bouwvergunning nodig was, maar dit werd verworpen omdat de openingen onder een vrijstelling vielen. Ook het betoog dat het houden van biologische varkens niet onder de vergunning beperkte milieutoets valt, faalde omdat de activiteit wel degelijk onder de relevante categorie valt.
De Raad van State concludeert dat het college terecht heeft geoordeeld dat geen milieueffectrapport nodig was en dat de vergunning terecht is verleend. De bezwaren tegen de vergunning worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor het houden van 500 biologische varkens en verklaart het hoger beroep ongegrond.