ECLI:NL:RVS:2020:2589
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank over uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag van een vreemdeling afgewezen om krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.