ECLI:NL:RVS:2020:2585
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning wegens ernstige inbreuk op openbare orde
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 maart 2018 de verblijfsvergunning van een vreemdeling ingetrokken vanwege ernstige inbreuk op de openbare orde, gebaseerd op een onherroepelijke veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van drugshandel. De vreemdeling maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna de rechtbank het besluit vernietigde wegens een motiveringsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar de Raad van State verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de bijzondere persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, waaronder positieve gedragsverandering in detentie, niet tot een andere beslissing leidden.
Hoewel de rechtbank het besluit vernietigde, betekent dit niet dat de intrekking van de verblijfsvergunning niet gehandhaafd kan worden; de staatssecretaris moet bij het nieuwe besluit wel adequaat ingaan op de persoonlijke omstandigheden. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.