ECLI:NL:RVS:2020:2515
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 februari 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 oktober 2020 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, met behoud van de rechtsgevolgen.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening moest voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en hem opvang en verstrekkingen te verlenen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorlopige voorziening passend was en bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet totdat het hoger beroep was afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 27 oktober 2020 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier mr. N. Tibold.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.