ECLI:NL:RVS:2020:2503
Raad van State
- Herziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van uitspraken vreemdelingenrecht
De vreemdeling heeft bij brief van 18 september 2020 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Dordrecht, verzocht om herziening van uitspraken van 27 juli 2020 en 24 augustus 2020 in twee verschillende zaken. De rechtbank heeft dit verzoek doorgezonden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft overwogen dat de verzoeken betrekking hebben op uitspraken die onherroepelijk zijn geworden en dat herziening alleen mogelijk is op grond van nieuwe feiten of omstandigheden. De vreemdeling heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die herziening rechtvaardigen.
Daarom heeft de Afdeling het verzoek tot herziening afgewezen en bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier A.M. van Meurs-Heuvel.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraken wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.