ECLI:NL:RVS:2020:2495
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting gemeenschapsonderdaan in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 mei 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een document te verkrijgen dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 12 september 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag op 18 augustus 2020 het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling afgewogen en geoordeeld dat het in het belang van de vreemdeling is om een voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor mag de vreemdeling niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan de beroepsmatige rechtsbijstand van een derde.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.J. Borman, waarbij de griffier A.M. van Meurs-Heuvel aanwezig was. De uitspraak is op 21 oktober 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.