ECLI:NL:RVS:2020:2450
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 12 juni 2020 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 september 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Gezien het feit dat op dezelfde dag een inhoudelijke beslissing op het hoger beroep werd genomen, achtte de voorzieningenrechter het niet noodzakelijk om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd daarom afgewezen en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, waarbij de griffier B.G.M. Laarhoven aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De beslissing werd uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2020.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.