ECLI:NL:RVS:2020:245
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling na niet-ontvankelijke tweede asielaanvraag
De vreemdeling diende op 16 oktober 2018 een tweede aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag op 4 november 2018 niet-ontvankelijk en stelde de vreemdeling in vreemdelingenbewaring, omdat de aanvraag was bedoeld om de uitvoering van een eerder terugkeerbesluit te vertragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de uitzondering op de hoofdregel voor het mogen afwachten van de rechtsmiddelentermijn bij opvolgende asielaanvragen van toepassing was, omdat de tweede aanvraag was ingediend met het doel de terugkeer te vertragen. Hierdoor kon de rechter de beroepsgrond over het afwachten van een voorlopige voorziening niet beoordelen.
De rechtbank had terecht geoordeeld dat de bewaring op een juiste wettelijke grondslag was gebaseerd, aangezien de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had op het moment van bewaring. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bewaring van de vreemdeling na niet-ontvankelijke verklaring van zijn tweede asielaanvraag.