ECLI:NL:RVS:2020:2389
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling ernstige bodemverontreiniging en saneringsplicht locatie te Vught
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelde bij besluit van 30 mei 2018 vast dat op de locatie te Vught sprake is van ernstige bodemverontreiniging met trichlooretheen en tetrachlooretheen, waarvoor spoedige sanering noodzakelijk is. Het college legde een termijn van vier jaar op om met sanering te beginnen en drie jaar voor het indienen van een saneringsplan. Tevens werden gebruiksbeperkingen en tijdelijke beveiligingsmaatregelen opgelegd.
De appellanten voerden aan dat het college ten onrechte slechts één geval van verontreiniging had vastgesteld en dat ook een nabijgelegen wasserij mede verantwoordelijk zou zijn voor de verontreiniging. Daarnaast werd betoogd dat het onderzoek naar deze andere wasserij onvoldoende was en dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid. Ook werd gesteld dat het college naliet een saneringsplichtige aan te wijzen en dat de tijdelijke beveiligingsmaatregelen onterecht waren opgelegd.
De Raad van State overwoog dat het college voldoende onderzoek had verricht naar beide locaties en dat de verontreiniging terecht werd toegeschreven aan wasserij Ideaal. Het nader bodemonderzoek bevestigde dat er geen aanwijzingen zijn dat de andere wasserij een bron was. Het college had de bevoegdheid om geen saneringsplichtige aan te wijzen en het besluit was niet onrechtmatig. De tijdelijke beveiligingsmaatregelen waren op het moment van besluitvorming gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over ernstige bodemverontreiniging en saneringsplicht op de locatie te Vught wordt ongegrond verklaard.