ECLI:NL:RVS:2020:236
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling diende een tweede aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke niet-ontvankelijk werd verklaard door de staatssecretaris. Tevens werd een inreisverbod uitgevaardigd en werd de vreemdeling in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de rechtbank ten onrechte een beroepsgrond heeft betrokken die niet door haar beoordeeld kan worden, namelijk de uitzondering op de hoofdregel omtrent het afwachten van rechtsmiddelentermijnen bij opvolgende asielaanvragen. Tevens is vastgesteld dat de vreemdeling vanaf 16 november 2018 rechtmatig verblijf had door een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning, ondanks het inreisverbod.
De voortzetting van de bewaring na deze datum was onrechtmatig omdat de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding stonden tot de ernst van het gebrek. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe over de periode van 16 tot en met 26 november 2018. Tevens worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige voortzetting van bewaring.