ECLI:NL:RVS:2020:2354
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd bij besluiten van 8 augustus 2017 en 16 januari 2018. De rechtbank Den Haag had dit besluit vernietigd na een beroep van de vreemdeling.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de verdenking van het plegen van ernstige strafbare feiten, waaronder handel en smokkel van cocaïne, voldoende grond is om het verblijf van de vreemdeling te beëindigen volgens de Schengengrenscode. De vreemdeling was op dat moment verdachte en in voorlopige hechtenis gesteld.
De Afdeling verwierp het verweer van de vreemdeling dat het onthouden van een vertrektermijn onterecht was, gezien het ontbreken van een vaste verblijfplaats en het risico op ontduiking van toezicht. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.