ECLI:NL:RVS:2020:2316
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzake wissing persoonsgegevens in kader integrale aanpak malafide hondenhandel
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant die het bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bladel tot afwijzing van het verzoek tot wissing van persoonsgegevens deels ongegrond verklaarde. De persoonsgegevens zijn opgenomen in een pre-weegdocument en een draaiboek in het kader van een integrale aanpak van malafide hondenhandel.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de gegevens van verzoeker betrof, maar handhaafde het besluit voor appellant omdat artikel 17, derde lid, van de AVG (uitzondering op het recht op wissing vanwege lopende rechtsvordering) van toepassing zou zijn. Appellant stelde dat de verwerking onrechtmatig was en dat de rechtbank eerst de rechtmatigheid had moeten beoordelen.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht eerst de uitzondering van artikel 17 lid 3 AVG Pro heeft beoordeeld. Het college heeft in hoger beroep echter een andere grondslag voor de verwerking aangevoerd, namelijk een verdere verwerking die verenigbaar is met het oorspronkelijke doel (artikel 6 lid 4 AVG Pro). De Afdeling stelt dat het college deze grondslag onvoldoende heeft gemotiveerd aan de hand van de criteria uit de AVG. Daarom wordt het besluit op bezwaar vernietigd voor zover het bezwaar van appellant ongegrond werd verklaard. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit, waartegen alleen beroep mogelijk is bij de Afdeling.
Uitkomst: Het besluit van het college tot afwijzing van het verzoek tot wissing van persoonsgegevens van appellant wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de verdere verwerking.