ECLI:NL:RVS:2020:2313
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- H.C.P. Venema
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bestemming en bouwregels voor drijvende bouwwerken in Amsterdam vastgesteld
De raad van Amsterdam stelde op 18 september 2019 het bestemmingsplan 'Drijvende bouwwerken' vast, dat bouwregels toevoegt aan 65 bestaande bestemmingsplannen om woonboten als bouwwerken te reguleren. Dit plan is opgesteld naar aanleiding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten, die woonboten als bouwwerken aanmerkt en overgangsrecht regelt.
Appellanten voerden onder meer aan dat bepaalde planregels over het aantal ligplaatsen en tijdelijke verplaatsingen overbodig zijn en leiden tot rechtsongelijkheid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het plan niet toestaat woonboten te verplaatsen, maar juist voorkomt dat tijdelijke verplaatsingen leiden tot een toename van het aantal ligplaatsen. Ook is het maximum aantal ligplaatsen gebonden aan vergunningen die vóór 2018 zijn verleend.
Verder werd betoogd dat het plan de bestaande maatvoering en afwijkingsmogelijkheden onvoldoende positief zou bestemmen en rechtszekerheid zou schaden. De Afdeling stelde dat het plan de bestaande situatie respecteert en rechtszekerheid biedt, waarbij afwijkingsbevoegdheden voor bouwhoogte uit moederplannen niet van toepassing zijn op drijvende bouwwerken, wat niet onredelijk is.
De beroepen werden ongegrond verklaard, en het beroep van een partij werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig kenbaar gemaakte vertegenwoordiging. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan 'Drijvende bouwwerken' zijn ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.