ECLI:NL:RVS:2020:2266
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 26 mei 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 september 2020 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet is toegestaan, tenzij sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces.
De Afdeling stelde vast dat een dergelijk schending niet is gebleken en verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring.