ECLI:NL:RVS:2020:225
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over buiten behandeling stellen verblijfsvergunning wegens niet betalen leges
De staatssecretaris stelde de aanvraag van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd buiten behandeling omdat zij de leges niet hadden betaald en er geen bijzondere omstandigheden waren die vrijstelling rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdelingen niet waren uitgezet en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit genomen moest worden.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel had gesteld en onvoldoende rekening had gehouden met het praktijkdocument en de procedures die de vreemdelingen hadden doorlopen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden en dat de rechtbank de beslissingsruimte van de staatssecretaris onvoldoende had erkend.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen en liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit van 20 maart 2018 in stand. Tevens werd het besluit van 18 januari 2019 vernietigd omdat dit was genomen ter uitvoering van de vernietigde uitspraak. De staatssecretaris hoeft de proceskosten in hoger beroep niet te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en laat het besluit van de staatssecretaris om de aanvraag buiten behandeling te stellen in stand.