ECLI:NL:RVS:2020:2218
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 augustus 2020 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 8 september 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening getroffen omdat de termijn voor het hoger beroep nog niet was verstreken. Deze voorziening houdt in dat de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling op 15 september 2020 om 09:40 uur niet doorgaat. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €525,00, die verband houden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 14 september 2020 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. D.A. Verburg, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M. van Meurs-Heuvel. De voorlopige voorziening geldt totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het resterende deel van het verzoek na het verstrijken van de hogerberoepstermijn.
Uitkomst: De voorgenomen uitzetting van de vreemdeling op 15 september 2020 wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.