ECLI:NL:RVS:2020:2200
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake openbaarmaking informatie op grond van Wob
Appellant diende op 13 december 2018 een verzoek in bij de Inspectie Leefomgeving en Transport op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om informatie over zijn bedrijf en een waarschuwing van de minister te verkrijgen. De minister reageerde per e-mail dat alleen de brief van 11 december 2018 in het dossier zat en verklaarde het bezwaar van appellant tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn verzoek wel degelijk een Wob-verzoek betrof en dat hij beoogde de informatie openbaar te maken vanwege het publieke belang. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het verzoek van appellant kwalificeert als een Wob-verzoek, ook al had appellant een persoonlijk belang en ging het om gegevens over zijn eigen bedrijf. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het verzoek geen Wob-verzoek was.
De Afdeling vernietigde het besluit van 27 juni 2019 en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep ongegrond werd verklaard. De minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.