ECLI:NL:RVS:2020:2183
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan woonzorgcomplex Minister Cremerstraat 8 te Zeijen wegens strijd met artikel 3.1.6 Bro
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep gegrond verklaard tegen het besluit van de raad van de gemeente Tynaarlo van 26 maart 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Minister Cremerstraat 8 te Zeijen". In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat de raad niet had aangetoond dat er een behoefte bestaat aan het beoogde woonzorgcomplex zoals bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, en dat het besluit in strijd was met dit artikel.
De raad heeft vervolgens een nadere motivering overgelegd in de vorm van een rapport van Companen, waarin de behoefte aan het woonzorgcomplex werd onderbouwd met demografische prognoses en kwalitatieve analyses. De Afdeling oordeelde dat deze nadere motivering toereikend was en dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen geschikte locatie beschikbaar is.
Verder is beoordeeld of het plan voldoet aan artikel 2.17, derde lid, van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe, dat de realisatie van bijzondere woonmilieus buiten bestaand stedelijk gebied onder voorwaarden toestaat. De Afdeling concludeerde dat het woonmilieu kleinschalig is, gericht op een specifieke doelgroep en passend in het landschappelijke kader.
Desondanks is het oorspronkelijke besluit vernietigd wegens strijd met artikel 3.1.6 Bro en artikel 3:46 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand, waardoor het bestemmingsplan onherroepelijk wordt en het woonzorgcomplex gerealiseerd kan worden. De raad is tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3.1.6 Bro, maar de rechtsgevolgen blijven in stand zodat het woonzorgcomplex gerealiseerd kan worden.