ECLI:NL:RVS:2020:2160
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen omgevingsvergunning voor kamergewijze verhuur in strijd met bestemmingsplan afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven verleende op 29 januari 2016 een omgevingsvergunning aan Chrispies Bvba voor het gebruik van een pand als zes onzelfstandige woonruimten, in strijd met het bestemmingsplan. Omwonenden, appellanten, stelden dat de vergunning leidde tot overlast en aantasting van hun privacy. Na bezwaar en eerdere procedures, waaronder een uitspraak van de rechtbank en een eerdere vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak, nam het college op 12 februari 2020 een nieuw besluit waarbij het bezwaar grotendeels ongegrond werd verklaard en voorschriften werden verbonden aan de vergunning, zoals het ontoegankelijk maken van het platte dak en het beperken van bewoning tot studenten.
Appellanten voerden aan dat het college ten onrechte het bezwaar tegen de omzettingsvergunning niet-ontvankelijk verklaarde en dat de voorschriften onvoldoende bescherming boden tegen privacy-inbreuk en overlast. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de omzettingsvergunning niet meer vereist was op grond van de Huisvestingsverordening 2020 en dat het college terecht het bezwaar niet inhoudelijk behandelde. Verder werd geoordeeld dat de voorschriften, waaronder het huishoudelijk reglement en handhaving, voldoende waarborgen bieden voor privacy en leefbaarheid.
Ook de bezwaren over parkeernormen en de beperking tot studenten met campuscontracten werden verworpen. De Afdeling concludeerde dat de vergunning niet in strijd is met de geldende parkeernormen en dat het college niet verplicht was de vergunning te weigeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van omwonenden tegen de omgevingsvergunning voor kamergewijze verhuur wordt ongegrond verklaard.