ECLI:NL:RVS:2020:2122
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen en toekenning opvang
De vreemdelingen hadden bij besluiten van 28 februari 2020 een afwijzing ontvangen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag die hun beroepen ongegrond verklaarde, stelden zij hoger beroep in en verzochten zij de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen passend was, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdelingen hebben gemaakt voor de behandeling van het verzoek, een bedrag van €525,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier M.E.E. Wolff, die de uitspraak ondertekende.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.