Uitspraak
Datum uitspraak: 2 september 2020
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
griffier
Raad van State
Een transportbedrijf in Breda kreeg een bestuurlijke boete van €20.500,- opgelegd wegens het niet deugdelijk registreren van arbeids- en rusttijden volgens de Arbeidstijdenwet (Atw) en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv). De Inspectie Leefomgeving en Transport constateerde dat in de tachograafgegevens (M-bestanden) voor de periode 14 tot en met 19 september 2015 gegevens ontbraken, waardoor controle op naleving niet mogelijk was.
De rechtbank had de boete bevestigd, maar het bedrijf stelde dat de minister onterecht de Beleidsregel 2016 toepaste terwijl de overtredingen in 2015 plaatsvonden en de Beleidsregel 2014 van toepassing was, die lagere boetes voorschreef en een beperking van het aantal overtredingen in het boeterapport bevatte.
De Afdeling oordeelde dat de minister niet aannemelijk had gemaakt dat toepassing van de nieuwere beleidsregel gunstiger uitpakte voor het bedrijf. Ook was onduidelijk hoe de selectie van overtredingen in het boeterapport had plaatsgevonden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het boetebesluit vernietigd en het bedrijf hoefde geen boete te betalen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete van €20.500,- wordt vernietigd en het transportbedrijf hoeft geen boete te betalen.