ECLI:NL:RVS:2020:2062
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling
Op 17 juli 2020 is aan een vreemdeling een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. Bij mondelinge uitspraak van 5 augustus 2020 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 tegen een vrijheidsbeperkende maatregel geen hoger beroep openstaat. Het feit dat de uitspraak van de rechtbank onterecht vermeldt dat hoger beroep mogelijk is, verandert hier niets aan.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier J.A. Verweij, op 26 augustus 2020.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel.