ECLI:NL:RVS:2020:203
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.M.H. Hoogvliet
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning voor agrarisch bedrijf na onjuiste beoordeling emissies en voorschriften
Het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk verleende op 15 maart 2016 een omgevingsvergunning voor bouwwerkzaamheden en bedrijfsvoering bij een agrarisch bedrijf te Riethoven. Omwonenden en een appellant stelden beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond vanwege onvoldoende beoordeling van endotoxine-emissies en onvoldoende voorschriften voor geluid- en trillinghinder.
In hoger beroep bestreden het college en de vergunninghouder deze oordelen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het zogenaamde endotoxinekader ten tijde van vergunningverlening nog niet bestond en dat de rechtbank ten onrechte concludeerde dat niet aan dit kader werd voldaan. Ook oordeelde de Afdeling dat de geluidvoorschriften en de beoordeling van trillinghinder voldoende waren en dat aanvullende voorschriften niet noodzakelijk waren. De rechtbank had bovendien onterecht geoordeeld over de situering van geluidswallen en silo’s.
Hoewel het oorspronkelijke besluit tot vergunningverlening vernietigd werd wegens onzorgvuldige totstandkoming, blijven de rechtsgevolgen van de latere wijzigingsbesluiten in stand. De beroepen tegen deze wijzigingsbesluiten zijn ongegrond verklaard. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten wegens gemaakte kosten voor deskundigen en rechtsbijstand.
Uitkomst: De vergunning van 15 maart 2016 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van latere wijzigingsbesluiten blijven in stand.