ECLI:NL:RVS:2020:1967
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken toestemmingsverklaring vader
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 maart 2018 een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een minderjarige vreemdeling die verblijf wilde verkrijgen bij zijn gestelde moeder in Nederland. De vreemdeling verbleef bij zijn gestelde vader in Soedan. De staatssecretaris nam bewijsnood aan over de identiteit en familierelatie en wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van een toestemmingsverklaring van de vader en tegenstrijdige verklaringen van de referent.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen. De rechtbank vond dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de ontbrekende toestemmingsverklaring niet plausibel was en dat er geen contra-indicatie was voor DNA-onderzoek.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het ontbreken van de toestemmingsverklaring terecht was vastgesteld, dat ook tegenstrijdige verklaringen over gezinssituaties een contra-indicatie voor DNA-onderzoek kunnen vormen en dat de belangen van de vreemdeling voldoende waren meegewogen. De Raad van State stelde de grieven van de staatssecretaris terecht en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het beroep van de vreemdeling werd alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv blijft in stand.