ECLI:NL:RVS:2020:1962
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 april 2020 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 augustus 2020 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 19 augustus 2020 besloten dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep niet is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer, waarbij griffier J.W. Prins aanwezig was. De uitspraak is openbaar en betreft de bescherming van de vreemdelingen gedurende de procedure.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.