ECLI:NL:RVS:2020:1899

Raad van State

Datum uitspraak
10 augustus 2020
Publicatiedatum
10 augustus 2020
Zaaknummer
202000960/2/R4 en 202001552/2/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 3 lid 2 Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking van rechters Raad van State buiten behandeling gelaten

Verzoeker heeft bij de Raad van State een verzoek ingediend tot toepassing van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, gericht op wraking van rechters in twee bestuursrechtelijke zaken. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat het verzoek betrekking heeft op het college als geheel, waaronder de voorzitter, vice-voorzitter en ambtenaren van staat, waardoor het verzoek niet als een geldig wrakingsverzoek kan worden beschouwd.

Daarnaast is het verzoek mede gericht tegen alle staatsraden van de Afdeling bestuursrechtspraak, wat volgens artikel 3, lid 2, aanhef en onder c, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013 eveneens uitsluiting van behandeling tot gevolg heeft. De Afdeling oordeelt dat verzoeker de bevoegdheid om wrakingsverzoeken in te dienen misbruikt en stelt daarom dat toekomstige verzoeken met dezelfde strekking niet in behandeling zullen worden genomen.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek tot wraking buiten behandeling gelaten en dit besluit is op 10 augustus 2020 in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het wrakingsverzoek formeel afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de wrakingsgronden.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gelaten wegens niet voldoen aan de wettelijke criteria en misbruik van bevoegdheid.

Uitspraak

202000960/2/R4 en 202001552/2/R4
Datum beslissing: 10 augustus 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
om toepassing van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 juli 2020, heeft [verzoeker] verzocht om toepassing van artikel 8:15 van Pro de Awb in de zaken met nrs. 202000960/1/R4 en 202001552/1/R4.
Overwegingen
1.    Artikel 8:15 van Pro de Awb luidt: 'Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.'
Artikel 3, lid 2, aanhef en onder c, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013 (hierna: Wrakingsregeling) luidt: 'De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek betrekking heeft op het college als zodanig.'
2.    De Afdeling stelt vast dat het verzoek van [verzoeker] betrekking heeft op de Voorzitter van de Raad van State, de Vice-Voorzitter van de Raad van State en de ambtenaren van staat, zodat van een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 van Pro de Awb geen sprake is. Het verzoek wordt daarom niet in behandeling genomen. Voor zover het verzoek moet worden begrepen als een uiting van gebrek aan vertrouwen in een onpartijdige behandeling van zaken en wrakingsverzoeken door de Afdeling, is het verzoek gericht tegen alle staatsraden van de Afdeling bestuursrechtspraak. Gelet op artikel 3, lid 2, aanhef en onder c, van de Wrakingsregeling kan het verzoek ook daarom niet in behandeling worden genomen.
3.    De Afdeling is voorts van oordeel dat [verzoeker] met zijn wrakingsverzoeken de bevoegdheid wrakingsverzoeken in te dienen misbruikt. De Afdeling bepaalt daarom dat een volgend verzoek om wraking met dezelfde strekking wegens misbruik niet in behandeling zal worden genomen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
laat het verzoek buiten behandeling.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, griffier.
w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Sparreboom
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2020
632.