ECLI:NL:RVS:2020:1897
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang bodemverontreiniging Waalre
Het college van burgemeester en wethouders van Waalre legde op 14 juli 2020 een last onder bestuursdwang op aan verzoeker vanwege bodemverontreiniging op een bosperceel achter het woonwagenkamp waar verzoeker woont. De last verplichtte verzoeker binnen bepaalde termijnen een plan van aanpak te overleggen, te starten met sanering en de verontreiniging te verwijderen.
Verzoeker maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit. Hij betoogde dat hij niet verantwoordelijk was voor de bodemverontreiniging omdat hij geen eigenaar is van het bosperceel en geen betrokkenheid had bij de productie van drugs of het storten van afval. Ook vond hij de termijnen onredelijk kort.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de zorgplicht uit artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming ook geldt voor degene aan wie de verontreiniging kan worden toegerekend, ook als hij niet zelf afval heeft gestort. Gezien de vondst van voorwerpen en chemische stoffen op zijn standplaats en het bosperceel achtte de rechter het aannemelijk dat verzoeker deze zorgplicht heeft overtreden. De termijnen voor het voldoen aan de last werden als gebruikelijk en redelijk beoordeeld. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B.J. van Ettekoven op 10 augustus 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen.