ECLI:NL:RVS:2020:1798
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling bij besluit van 17 april 2020. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 juli 2020 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij zou worden overgedragen voordat het hoger beroep was beslist. De staatssecretaris verzette zich niet tegen dit verzoek. De voorzieningenrechter besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de overdracht van de vreemdeling wordt opgeschort totdat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 29 juli 2020 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier M.E. van Laar.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de vreemdeling niet wordt overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.