ECLI:NL:RVS:2020:1797
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens medische situatie
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 4 februari 2020 besluiten om aanvragen van twee Syrische vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk zou zijn voor hun asielaanvragen. De vreemdelingen voerden aan dat een overdracht naar Spanje vanwege de medische situatie van een van hen te gevaarlijk zou zijn.
De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat uit de medische stukken kon worden afgeleid dat de vrouw niet aan Spanje kon worden overgedragen vanwege haar gezondheidstoestand. Er was onvoldoende objectief bewijs voor een concreet suïciderisico of onomkeerbare gevolgen van overdracht. De grief van de staatssecretaris slaagde, de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdelingen werd alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.