ECLI:NL:RVS:2020:1786
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen wegens vermeende bijzondere kwetsbaarheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 23 januari 2020 de asielaanvragen van de vreemdelingen niet-ontvankelijk omdat zij geen nieuwe elementen hadden aangevoerd. De vreemdelingen, met vier minderjarige kinderen en een verblijfsvergunning in Griekenland, voerden medische problemen aan die volgens de rechtbank voldoende onderbouwd waren en wezen op hun bijzondere kwetsbaarheid conform het arrest Ibrahim.
De rechtbank vernietigde de besluiten en oordeelde dat de staatssecretaris de aanvragen ten onrechte zonder individuele beoordeling van kwetsbaarheid had afgewezen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen het oordeel over bijzondere kwetsbaarheid, betoogde dat die beoordeling aan hem toekomt en dat de rechtbank zijn beoordelingsruimte had beperkt.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht de medische stukken als essentieel beschouwde voor de beoordeling, maar onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdelingen bijzonder kwetsbaar zijn. De klacht van de staatssecretaris dat zijn beoordelingsruimte werd beperkt, slaagde. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, maar de vernietiging van de besluiten bleef in stand. De staatssecretaris moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van de medische stukken en zonder gebonden te zijn aan het oordeel van de rechtbank over kwetsbaarheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van medische stukken en eigen beoordeling van kwetsbaarheid.